Kerkcampus

Mijn column in De Waarheidsvriend van vandaag.

Er moet een zogenaamde ‘kerkcampus’ in Utrecht komen, een terrein waarop meerdere christelijke organisaties hun kantoor kunnen vestigen. De synode van de Protestantse Kerk had wel de nodige kritiek, maar heeft toch toestemming gegeven voor de uitwerking van de plannen. Het zou maar zo kunnen dat van het een het ander komt en gaandeweg de ‘kerkcampus’ een voldongen feit is. Alles moet dan naar de Utrechtse ‘bijenkorf’, zoals algemeen directeur Jurjen de Groot de kerkcampus noemde. Mij lijkt het een buitengewoon slecht idee.

Allereerst past het totaal niet in onze tijd om allemaal fysiek op één plek te gaan zitten. Het centraliseren van kantoren paste misschien bij het einde van de vorige eeuw, maar niet bij een netwerksamenleving. Fysieke nabijheid is geen garantie voor goed contact, fysieke afstand hoeft nauwe samenwerking tegenwoordig niet te verhinderen. Als je elkaar af en toe maar opzoekt en écht spreekt. Niet als bijen in en uit vliegt, maar als broeders en zusters elkaar ontmoet.

Het centraliseren van christelijke organisaties in Utrecht zou betekenen dat een christelijke presentie die er nu nog in Nijkerk of Drachten is, verloren gaat. De huidige buren van christelijke organisaties krijgen dan andere buren. Banden worden doorgesneden, lokale geschiedenissen beëindigd. Misschien is dat efficiënt, maar missionair is het in ieder geval niet.

De ‘kerkcampus’ lijkt vooral een oplossing te zijn voor een huisvestingsprobleem, een financiële uitdaging. Van een kerk mag je echter verwachten dat er dieper wordt afgestoken, naar wat er theologisch speelt. Neem nu de gebruikte term. Een ‘campus’ past bij een Amerikaanse universiteit, die uitgebreide terreinen en gebouwen heeft in een lommerrijke voorstad. Een campus is een wereld op zich. Maar bij de kerk hoort een plein, een plaats van contact met de mensen uit de omgeving. Kerkpleinen zijn er gelukkig in meervoud, in tal van contexten. Laat de kerk daar zuinig op zijn. Elke lokale gemeente en pioniersplek toont iets van de verscheidenheid van het lichaam van Christus. Wat als bijenkorf bedoeld is, kan maar zo een stofzuiger worden die de rest van Nederland kaal achterlaat.

Eén gedachte over “Kerkcampus”

  1. Vanuit de zorgsector ken ik het verschijnsel van centralisatie helaas maar al te goed. Grote kantoren waar de mensen om wie het gaat helemaal niet meer zichtbaar zijn, hooguit een paar schilderijen gemaakt door patiënten aan de muur en een paar medewerkers met een beperking in de facilitaire dienst. Het riep bij mij altijd een gevoel van vervreemding op.
    Ik ben ook wel eens op de centrale locatie van de PKN geweest. Allemaal aardige mensen, een vriendelijke sfeer, maar het voelt helaas wel ver weg van de samenleving.
    Gisteren was ik even op bezoek in een pioniersplek. Een gezamenlijke maaltijd voor de wijk. Daar ligt het hart van de missionaire gemeente. En die zullen we met zijn allen als kerken moeten zijn in deze tijd. Dus geen groot centraal kantoor ontwikkelen, kleine plekken door het land, waar de samenleving – de mensen om wie het gaat in de Kerk – voelbaar blijft.

Geef een reactie